Onderwijs

Kirschner versus Stevens

In didactiefonline.nl beschrijft Monique Marremans (@momarreveld) een conflict tussen Paul Kirschner (@P_A_Kirschner) en Luc Stevens tijdens de eerste zitting van de  Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer over de curriculumherziening (Onderwijs2032). Ze zijn uitgenodigd als  experts om de leden van commisie te informeren. Beide zijn voor mij zeer inspirerend en daarom is het voor mij interessant een analyse te maken van dit conflict. Ik vraag mij dan ook af hoe ik sta tegenover de stellingnamen van beide gerespecteerde heren.

 

ResearchEd

Paul Kirchner staat voor mij symbool voor de noodzaak om onderwijsmythes te vermijden en meer evidence based te werken.Samen met Pedro de Bruykere (@thebandb) en Caper Hulshoff (@casperhuls) schreef Kirschner een indrukwekkend boek over onderwijsmythe dat verplicht leesvoer zou moeten zijn voor een ieder die in het onderwijs werkzaam is of er onderzoek naar doet. Kirscher kende ik al via ResearchED. Een conferentie in het teken van het ontkrachten van onderwijsmythen. ResearchED is echt een aanrader voor iedereen die wil weten wat wel en niet werkt in het onderwijs en waarom dat zo is. Dit verschaft mij kennis op een diep conceptueel niveau, waardoor ik in de interactie met de leerlingen beter kan aansluiten bij hun ontwikkeling. Mijn doel is om de leerervaring zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de Zone van naaste ontwikkeling (Vygotski). Zoals Kirschner zegt:”zonder deze kennis is het onmogelijk om een creatieve doeltreffende zet te bedenken“. Zijn metafoor met schaken is heel doeltreffend:”Zonder kennis van schaken kan ik moeilijk een creatieve doeltreffende zet bedenken.’ Kirschner pleit voor een bekwame leerkracht, die de leiding neemt in het onderwijs leerproces en door zijn kennis op ambachtelijke wijze het onderwijs ontwerpt en uitvoert volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten.

NIVOZ

Luc Stevens staat voor mij symbool voor de pedagogische opdracht om een kind te helpen bij zijn ontwikkeling. Ik ondersteun de principes van het NIVOZ (@nivoz) dat Het Kind (@hetkind) zelf tot ontwikkeling komt, niet door wat ik doe, maar door wat het kind doet. Dit is in lijn met het gedachtegoed van Gert Biesta (@gbiesta) en Phillipe Meirieu (@PhilippeMeirieu). Deze heren maken duidelijk dat docenten nog heel wat kunnen leren van de pedagogiek. Welke gelegenheid bieden wij aan het kind om te verschijnen? Dit lijkt in strijd te zijn met het pleidooi van Kirschner dat de leerkracht de leiding moet nemen, maar ik ben niet helemaal van overtuigd of Kirschner dit ook zo bedoeld. Hij pleit immers voor dat docenten zich beter moeten laten informeren door onderwijsonderzoek. Ik denk wel dat we ons moeten afvragen hoe je de juiste omstandigheden kan creëren om het kind te laten verschijnen. De docent als bekwaam actor in de klas gebruikt een breed arsenaal aan strategien om dit te realiseren. Dit hoeft niet per se top-down en restrictief te zijn, zoals een docent gestuurde les in mijn ogen vaak is.
Er zijn immers goede redenen om vrijheid en zelfstandigheid te koesteren en dit mis ik in het pleidooi van Kirschner. Het idee dat alles is te controleren, is een ontkenning van dat we niet kunnen omgaan met de uniciteit van een ieder en tevens een andere manier van denken en motiveren. Meirieu noemt dit een projectie van ons eigen wereldbeeld op de rest van de realiteit. Onderwijs en opvoeding (Bildung) dient om dit egocentrisme te ontstijgen en het kind in de gelegenheid te stellen om eigen projecties te ontwikkelen en deze dus niet te laten beperken tot de perceptie van de leerkracht. Dit gaat over het pleidooi van Gert Biesta dat hij beschrijft in Het Prachtige risico van Onderwijs. Zie het verhaal van Liesbeth Breek (@LiesbethBreek). Bottom up dus! Met ruimte voor Gert Biesta’s kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. De term Social Emotional Learning (SEL) is voor mij een mooi container begrip om dit belangrijke onderdeel van de pedagogische opdracht te duiden. Het draagt bij aan het verbeteren van het contact met de leerlingen en ik geloof dat dit de leerprestatie ten goede komt.

Kunskapsskolan

Ik kan mij voorstellen dat dit niet praktisch klinkt, maar zoals Kunskapsskolan (@KED_nl) heeft aangetoond, werkt een onderwijsmodel waarbij Het Kind centraal staat en aandacht is voor SEL veel effectiever is dan dan ons huidige systeem. Daarnaast is dit KED model niet cultuurafhankelijk, aangezien de scholen die dit model implementeren significant beter scoren dan andere scholen in verschillende cultuurgebieden waar dit wordt toegepast. Dit op waarden gebaseerde systeem maakt ook gebruik van de laatste wetenschappelijke inzichten en organisatie modellen en zou dus op een warm onthaal kunnen rekenen bij de Mythbusters van ReserachED. Ik ben dan ook blij om te horen dat SEL kennelijk ook een plaats krijgt in decurriculumherziening, aangezien Stevens namens het NIVOZ aanwezig is.

21st-Century Skills (21C)

Centraal in het debat van curriculumherziening staat de vraag welke kennis en vaardigheden moeten leerlingen ontwikkelen om zich in de 21ste eeuw staande te houden. De 21ste eeuwse vaardigheden (21C) worden in de discussie al snel een container begrip waaronder vele onderwijsmythe kunnen blijven voortbestaan. Ik ben blij dat er mensen zijn zoals Kirschner die vol in de aanval gaan als er totale onzin wordt gepredikt. En dat is nodig! Zelf in de recent gepubliceerde versie van De Staat van het Onderwijs staan nog steeds veel verwijzingen naar mythes als leerstijlen, meervoudige intelligentie en mindset. Een bekwame docent heeft conceptuele kennis en besef van de historie van deze begrippen en kan de ideeën aanpassen aan zijn eigen praktijk. En hier heeft Kirschner en co een punt! Dit gebeurt niet op de opleidingen en daardoor is het normaal geworden dan dergelijke onderwijs mythe blijven bestaan.
In de discussie rondom 21C is het ook essentieel om vragen te stellen als “Waartoe dienen de 21C vaardigheden?”, omdat dit ons kan helpen op een diep conceptueel niveau begrip te krijgen van de context  en noodzaak van 21C. Overigens kunnen de 21ste eeuwse vaardigheden ook als onderwijsmythe worden gezien. Ik wil stellen dat Kirschner en Stevens elkaar nodig hebben om op conceptueel niveau oplossingen te vinden voor de schijbare tegenstelling tijdens het eerste debat over de curriculumherziening waarbij het wat en het waartoe met elkaar verbonden worden om persoonlijke leertrajecten te optimaliseren.
In een onlangs verschenen rapport van World Economic Form over Social Emotional Learning (SEL) wordt duidelijk dat beide heren gelijk hebben. Enerzijds blijft het ontwikkelen van Foundational Literacies (en de daarbij behorende  essentieel, maar anderzijds is noodzaak om aandacht te hebben voor de karakter ontwikkeling. De onderstaande  grafiek uit het WEF rapport maakt duidelijk waar  de discussie over curriculum ontwikkeling zou moeten gaan. In mijn optiek richt Kirschner zich vooral op deze ‘Foundational Literacies’ en ‘Competenicies’. Stevens is dan weer iemand die de ‘Character Qualites’ wil agenderen. Het is voor mij duidelijk dat ze elkaar niet uitsluiten.

Onderwijsonderzoek

Stevens benoemde dat er meer aandach moest zijn voor de resulaten van het praktijkonderzoek, waarop Kirschner terecht de kwaliteit van deze onderzoeken bekritiseerde. Ik moest denken aan Andriessen (2015): “Bij een praktijkonderzoek ligt de nadruk meer op de praktische relevantie dan op de methodologische grondigheid omdat de onderwijs praktijk weerbarstig is en het niet realistisch om altijd vast te houden aan principes van onderzoek zoals een grote controle groep.” (Zie ook het artikel van Frits Simon in Onderwijsinnovatie (juni 2016). Andriessen legitimeert in feite het verschil in kwaliteit van onderzoek en maakt voor mij duidelijk dat Kirschner een bijna binaire aanpak (zwart-wit) heeft terwijl je voor ‘Character Qualities’ veel meer uit moet gaan van een dichtomie (verschillende grijswaarden). Overigens was de aansluiting tussen onderwijsonderzoek en het praktijkonderzoek juist het thema van de laatse editie van ResearchED.
Met de opkomst van gratis toegankelijk, kwalitatief en hoogstand onderwijs in MOOCS (Massive Open Online Communities) en Open Source AI als  Google’s DeepMind gaat het staatsonderwijs in Nederland de komende jaren te maken krijgen met existentiële vragen over haar bestaansrecht. Waartoe dient deze discussie over het curriculum als The Matrix-achtige oplossingen een realiteit gaan worden. Lifelong Learning is immers al de norm en mensen bepalen steeds meer zelf welk programma ze willen ‘uploaden’. Dan zal deze discussie een heel andere context krijgen.
Tot dat moment kunnen we nog genieten van de spetterende verslagen van Monique Marremans of zelf kijken naar de livestreams. Morgen is het vervolg van de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer over de curriculumherziening.
Update 21-4-17: Wederom stond er een uitstekend verslag van het vevolg van de VKK onderwijs in Didaktief door Monique Marremans over hoe de vakverenigingen over het hoofd zijn gezien bij de curriculumherziening. Dit heeft weer geleid tot een aantal moties in Tweede Kamer zoals een grotere rol voor de vakvareniging bij de ontwikkelteams. Vanuit de politiek kwam ook een duidelijk signaal dat de politiek bepaalt het “wat” en de scholen  “hoe” onderwijs in Nederland wordt vormgegeven.
Ik hoop dat beide heren beter begrip krijgen voor elkaars standpunt. Beide benoemen namelijk de cruciale rol van de docent en als ze toch eens zijn over De Ondergang van de Nederlandse leraar, dan kan Ton van Haperen (@tonvanhaperen) ook aanschuiven. Voor degenen die meer willen weten over de pedagogische opdracht is er morgenavond een livestream van het NIVOZ. in het teken van De Onderwijsavonden vanuit Driebergen.
Update: